









Het tussengebied tussen stad en landschap – stilaan de grootste stedenbouwkundige zone in Vlaanderen – toont zich als een archipelago van vacante ensembles. Soms letterlijk vacant in de zin dat er een bouwzone onbebouwd is gebleven, soms spreekwoordelijk vacant in de zin dat een deel van de stedenbouwkundige ambitie nooit is waargemaakt. Meestal is door een fascinatie voor betaalbaarheid en economische haalbaarheid de woonkwaliteit erbij ingeschoten. Het ontbreekt de stempels vaak aan ambitie aangaande het onbebouwde. Buiten de woning is er een onbestemde leegte met een gebrek aan leesbare collectieve en publieke groene ruimte en voorzieningen.
Deze studie dient gelezen als een verkenningopdracht van dit tussengebied. Ze toont aan dat verhogen van de densiteit kan samengaan met de inzet op collectieve en publieke groene ruimte en voorzieningen. De herschikking van de ruimtelijke figuur onthult een bruidsschat en toont hoe nieuwe buitenruimten in eerste instantie de kwaliteit van de bestaande en nieuwe woonomgeving verhogen.
De invulling van deze nieuwe buitenruimte kan niet enkel een vergroening en verfraaiing inhouden maar bovendien een antwoord bieden op de hedendaagse vraag om de ecologische schaarste collectief te counteren. Een heroriƫntering in publieke, collectieve en private ruimte is bovendien een voorwaarde voor de leefbaarheid van voorzieningen op wijkniveau die de woonensembles nu vaak ontberen. Daarnaast kan een herschikking van de volumetrie de herkenbaarheid van elk ensemble vergoten en, mits een strikte aandacht voor de overgangen, de samenhang van de volledige archipelago herstellen in een duurzame landstedelijke regio.
| opdrachtgever | Team Vlaams Bouwmeester, Vlaamse minister voor wonen en stedenbeleid, Agentschap Wonen-Vlaanderen, Team Stedenbeleid, VMSW (WiV) |
| samenwerking | Onderzoekcel stadsontwerp (OSO, Universiteit Antwerpen), Bulk architecten, CLUSTER Landschap en stedenbouw, Sofie Vanderlinden |
| oppervlakte | / |
| status | studie afgerond |
| datum | 2012-2013 |