Villa Anka

De volumetrie van het gebouw is een letterlijke toepassing van de stedenbouwkundige beperkingen : één laag en dan het dak onder 45°. Uit het maximaal te realiseren volume worden happen gesneden die licht binnenbrengen op de onderdakse verdieping. Het abstracte concept wordt verzacht door het materialenpallet van de doorsnee verkaveling op te zoeken. In naden en randen ontstaan details die aansluiten bij het tuinwijk-karakter van de omgeving.

De villa bezet een achterliggende kavel die niet rechtstreeks grenst aan de openbare weg.

De regelgeving bepaalt een kroonlijsthoogte van 3.50m en een schuin dak. Om op de verdieping een bruikbare ruimte te verkrijgen en gewone ramen (geen dakvlakramen) te kunnen plaatsen, werden uitsnijdingen gemaakt uit het volume. Door aan alle zijden een (voor het grootste gedeelte) lage kroonlijst toe te passen, krijgt het geheel een uitgesproken landelijk karakter. Het beoogt de sfeer van een groot tuinpaviljoen, wat strookt met de specifieke ligging.

Het plan is opgevat als een aaneenschakeling van ruimtes die elkaar overlappen, maar door net begrensd te zijn of in vloerhoogte te verschillen toch gedefinieerd zijn als afzonderlijke kamers.

Het is een zoektocht naar de grens tussen de hedendaagse open woning en het traditionele landhuis met kamers. De ruimten zijn zo georiënteerd dat ze allemaal een andere relatie hebben tot de omliggende tuin. Ook in de gevelmaterialen wordt de spanning opgezocht tussen hedendaagse abstractie en prémoderne landelijkheid. Houten ramen in het buitengevelvlak van bruine diepgevoegde baksteen, de inhammen in een gelijmde rode baksteen en het dak in dezelfde rode pannen, twijfelend tussen eenduidige monumentaliteit en geraffineerde nuance.